Het dorp in het bos


Voor 1800 gaat de groei van het dorp traag. De belangrijkste bezigheid is de bouw van de kerk en de opvang van de pelgrims of bedevaarders. Naast die taken is bosontginning en landbouw veruit de belangrijkste bezigheid. Amper een 100 tal inwoners maakten de millenniumsprong naar de 19e eeuw. Jezus-Eik is op dat ogenblik nog een zelfstandige gemeente. Dat verandert in 1810 als Jezus-Eik met Overijse gefusioneerd wordt onder Keizer Napoleon.

In de volgende pagina’s beperken we ons dan ook tot de legende van het ontstaan en wat er teruggevonden is omtrent de eerste bewoning. Opvallend is dat een paar familienamen van toen ook nu nog regelmatig opduiken.

De legende over het ontstaan.

Een zekere Peeter Van de Kerckhoven, die een winkel uitbaatte genaamd “Roo-klooster” achter het stadhuis te Brussel, kwam dikwijls door het bos naar Overijse om er zijn geërfde goederen te beheren. Aan de zoom van het bos moest hij dan telkens voorbij een reusachtige eik, de Duivelseik, die herhaaldelijk door de bliksem was getroffen. Deze boom werd in de volksmond ook de “Jezukens-eik” genoemd daar er vroeger een kruisbeeld aan bevestigd was. De boeren, boswachters en handelaars maakten een kruis wanneer ze er voorbij kwamen om het onheil te weren. Peeter besloot er een Maria beeldje te plaatsen en kocht er een voor drie gulden en half op de Bamismarkt te Brussel. Het beeldje raakte bij hem thuis in de vergetelheid en werd speeltuig voor de kinderen. Toen hij echter zijn einde voelde naderen gaf hij opdracht aan zijn dochter Elisabeth het beeldje aan de eik te hangen. Peeter Van de Kerckhoven overleed op 10 november 1635. Twee jaar na zijn dood wordt het beeldje dan toch aan de eik bevestigd door Filip Van de Kerckhoven, broer van Elisabeth. Er wordt niet veel aandacht aan geschonken tot er enkele wonderbare genezingen gebeuren en de bedevaartsplaats Jezus-Eik ontstaat. (Bartholomeus Seghers 1615 – 1662 “Den Pilgrim van Sonien-Bosch naar de H. Maget Maria van Jezukens-Eyk”).

Seghers vermeldt ook de menigvuldige mirakelen die er zijn gebeurd. “In den jaere 1642, een kind Maria Coremans, geboren tot Neeryssche, oud zynde zeven jaeren, heeft een vlek op haere oogen gekregen, met groot perykel van haer gezigt te verliezen, de ouders verstaen hebbende den toeloop van het volk tot het mirakuleus Beeldeken in Jezus-Eik, betrouwende dat zy aldaer bequaemer hulpe zouden verkregen als zy tot nog toe van de Chirurzyns verworven hadden, hebben hunne toevlugt genomen, tot de H. Maget in Sonien-Bosch, ende aldaer gekomen zynde, ende hun Gebed gesproken hebbende, is het kind ter plaetse volkomenflyk genezen.”

Volgens J. Lindemans, folklorist en typonymist, was Peeter Van de Kerckhoven geen winkelier of handelaar. Hij was de oudste zoon van Jacques Van den Kerckhoven, notaris bij de Raad van Brabant en heer van Carpenteringhe tot St. -Stevens-Woluwe. Hij was “agent de la Cour” en gehuwd met Elisabeth de Backer, dochter van Nicolas en Elisabeth Le Pe. Hun zoon Peeter werd heer van Carpenteiinghe na de dood van zijn vader, en op zijn beurt notaris bij de Raad van Brabant op 26 januari 1627. Hij stierf 9 jaar later aan de pest. Dit zou overeenstemmen met de getuigenis van Bartholomeus Seghers die de dood van Peeter vermeldt op 10 november 1635.

(bron: ‘Van bedevaartsoord tot villadorp’ 1984 aut: p. Vandenbranden)

2016 - Dorpsraad Jezus-Eik