Gastronomie


De restaurants

Dat Jezus-Eik vandaag gekend en bekend is om zijn gastronomie en niet meer zozeer als bedevaartsoord is van recente datum. Aan het einde van de 17de eeuw woonden er slechts een handvol mensen in Jezus-Eik. Van een grote bedevaartstoeloop was er zeker nog geen sprake, het waren hoofdzakelijk mensen uit de omliggende dorpen die op bedevaart kwamen.

Honderd jaar later telde het dorp 23 huizen. Jezus-Eik was nog volledig omgeven door het bos. De inwoners waren arme ongeletterde die werkzaam waren in het bos. Of zij de schaarse bedevaarders enig voedsel of drank verschaften of konden verschaffen is hoogst onwaarschijnlijk.

Begin 1800 telde het dorp 30 woonhuizen waarvan slechts 6 opgetrokken waren in baksteen en met een leien dak. De overige woningen waren gebouwd uit leem en met een strooien dak. De 6 stenen huizen liggen aan de basis van het gastronomisch Jezus-Eik. Daar ontstonden de eerste herbergen en waren de eerste houthandelaars gevestigd. In de herberg van de baas kwamen de bosarbeiders hun schamel loon opdrinken en bedevaarders en toevallige voorbijgangers op weg van en naar Brussel zullen er ook wel bediend geworden zijn. Dit alles gebeurde op zeer kleine schaal en we mogen zeker nog niet van “toerisme” spreken.

RestoIn feite moeten we wachten tot begin 1900 om echt van een georganiseerde handelsbedrijvigheid te mogen spreken. De verbindingswegen tussen de dorpen onderling en met Brussel werden steeds beter. Na de Eerste Wereldoorlog kwamen de gegoede Brusselse burgers met de tram tot Oudergem of Tervuren. Van daaruit kwamen ze te voet naar Jezus-Eik. Ook de bedevaarten namen in aantal toe. De herbergiers gingen zich meer toeleggen op het verschaffen van spijs en drank en de goedkope boterhammen met kwark (platte kaas) vergezeld van een lekkere kriek of geuze verschenen op tafel. Het werd voor vele jaren het uithangbord van Jezus-Eik. Door de toenemende welvaart in de jaren zestig vroeg men om iets meer en iets beter en de herbergiers pasten zich aan de vraag van hun klanten aan. De biefstuk met friet deed zijn intrede. Van dan af ging het razendsnel. De oude Jezus-Eikse herbergen werden omgetoverd tot restaurant. De boterham met kwark werd naar het achterplan verschoven of verdween zelfs helemaal.

Jezus-Eik telt nu een 40-tal restaurants, van veredelde frituur tot gastronomische pareltjes waar oesters, kreeft en kaviaar op het menu staan. Maar af en toe zie je toch nog een verdwaalde bedevaarder op zoek naar een “boterham met platte kaas en ajuintjes”.

Wijnkelders Soniën

Wijn maken is één van de oudste beroepen. Ook de Belgische druivenstreek kende tijdens de hoog conjunctuur van de druiventeelt twee wijnmakerijen, SERCO in Hoeilaart en ISCA in Overijse. Beiden zijn inmiddels al jaren verdwenen. Na de sluiting van ISCA in 1978 was er evenwel een nieuw initiatief: Wijnkelders Soniën van de gebroeders Pips en Flup Luppens. Het betreft een kleinschalig ambachtelijk bedrijf dat garant staat voor kwaliteitsvolle natuurlijke producten. De producten zijn alleen te koop op het bedrijf. Meteen kan je er ook een bezoek aan koppelen.

Zuzeke

Binnen het gamma eigen producten zijn er een aantal waarvan de naam verwijst naar de streek. Zo is er de “Welriekende”, de “Kelleborre’l”, de Juste Lips”, en de “Groenendael”.

De jongste telg is het aperitief “Zuzeke’s Eik” dat voor het eerst te koop werd aangeboden tijdens de tentoonstelling “125 Jaar gemeenteschool” in het voorjaar 1999.

Pips Luppens aan het woord:

Geen enkele vrucht moet met zoveel zorg en kennis gekweekt worden als onze eigen “BELGISCHE DRUIF”. De kwekers hebben er dan ook het jaar door hun handen vol mee. Tijdens de wintermaanden worden de druivenranken gesnoeid en de grond zorgvuldig bemest. Begin maart worden de serres verwarmd op een temperatuur van 20′, na een drietal weken verkrijgen we reeds jonge scheuten en verschijnen de eerste trosjes. Later moeten de scheuten ingehouden en aangebonden worden. De trosjes gaan langzaam in bloem komen en de eigenlijke druivenbollen worden nu pas gevormd. De opbrengst van de oogst hangt af van het wellukken van deze overgang, het klimaat in de serre speelt hierbij een grote rol. Eenmaal dat de druifjes een viertal maanden tellen moeten de trossen uitgekorreld worden om mooie homogene vormen te verkrijgen. Na ongeveer zes maand hebben ze hun gewenste kleur, smaak en suikergehalte bekomen om op de markt te komen. Tussendoor werd er nog veel werk gemaakt van het begieten van de grond, het regelmatig verluchten en sluiten van de serres, het onderhoud en de vernieuwing van het bedrijf. De Belgische Druif is een natuurlijk kwaliteitsproduct, onbespoten en rijk aan vitaminen…DE TROTS VAN ONZE STREEK!

De wijnbereiding
De persperiode

Vanaf half september tot half november kopen wij tientallen tonnen tweederangs druiven aan in de streek om te verwerken tot druivensap of wijn.

Eerst komen de druiventrossen in de duivebonen terecht waar zij worden stukgemalen zonder hierbij de pitten te pletten. Reeds 50% sap komt hierbij vrij, de overblijvende pulp wordt in de wijnpers gebracht en verder uitgeperst waarbij nog 20% sap onttrokken wordt.

Druivensap

Een groot deel van het eerste sap wordt onmiddellijk geklaard, vervolgens gefilterd, gebotteld en dan gepasteuriseerd (verwarmd tot 720) om te kunnen bewaren als 100% zuiver druivensap, vrij van alcohol.

De gisting

Om wijn te verkrijgen moet het druivensap in gisting gebracht worden. Deze gisting verloopt in houten vaten op een temperatuur van 200 gedurende een tweetal maanden. De suiker wordt hierbij omgezet in alcohol. Nadien moet de wijn nog een zestal maanden rijpen om te ontzuren; hij zal hierbij ook winnen aan smaak, geur en aroma. Na klaring wordt hij gefilterd en op fles getrokken.

Artisanale methode

Voor de bereiding van schuimwijn moet de bekomen wijn nog een tweede gisting doormaken in de fles gedurende de volgende twee maanden. Hierbij wordt in de fles een druk ontwikkeld van 6 kg/CM2 door vorming van koolzuurgas, alsook een dikke laag bezinksel. Om dit bezinksel te verwijderen worden de flessen schuin op rekken gesteld en moeten ze dagelijks gedurende twee maanden geschud en gedraaid worden om het bezinksel tegen de voorlopige kroonkurk te doen glijden. Dankzij de druk in de fles kunnen nadien de stoppen samen met het bezinksel van de flessen worden weggeschoten. De heldere schuimwijn wordt nu aangevuld met een fijne likeur om zijn definitieve smaak te geven. De eigenlijke dikke kurk wordt nu in de fles gedrukt en voorzien van een ijzeren muilband. De fles is nu klaar voor verbruik, maar heeft ondertussen een bewerkingsproces ondergaan van minstens 18 maanden.

Bezoek aan de wijnkelder

Een bezoek aan de wijnkelders is elke dag mogelijk (behalve). U kan er kennis maken met de producten en er is mogelijkheid voor een geleid bezoek aan de serres en de wijnkelder.

Voor info en afspraken:

Pips Luppens
Brusselsesteenweg 538
3090 OVERIJSE (Jezus-Eik)

tel: 02 / 657.33.20
www.sonien.be

Aut: P. Vandenbranden

2017 - Dorpsraad Jezus-Eik