1923


 

1923 – De kerk wordt als monument geklasseerd

Vanaf 1800 zal de kerk snel verkommeren: stellen van beelden op ongewenste plaatsen, hangen van ex-voto’s gelijk waar aan de muur, muurstukken herschilderen met andere kleuren, aanbrengen van kruiswegbeelden op de vrije plaatsen enz.

Pastoor L. Hoefnagels start in 1924 de restauratie van de kerk geleid door architect Paul Santenoye.

 

 

 

 

 

Na de restauratie zag het portaal er zo uit (schets naar een plan van 1917 door architect Vandenbroecke).

Het schip  is drastisch veranderd door een lambrisering met erin verwerkt twintig votieve schilderijen onder een muur in Carramarmer geschilderd. De koorlambrisering, de muren, de gekorniste lijsten worden herschilderd.

De communiebank van Lodewijk Xlll -stijl die geschonken was in 1830 door de neven en nichten van pastoor Van der Straeten is verlengd langs de twee zijden om de bedevaarders toe te laten rond het altaar te gaan om de eik, achter het altaar, aan te raken.

Met de plaatsing van nieuwe glasramen door Edouard Steyaert wordt het orgelpunt gezet van een restauratie die bestempeld werd “zoals Franquart het zou hebben gewenst”.

De Eerwaarde Heer Kannunik Hoefnaegels bestelt acht glasramen te plaatsen in de kerk van Jezus-Eik. aan de Heer Ed. Steyaerts die belooft van ze te leveren aan de prijs van vierduizendzevenhonderd Bfr/stuk. In begrepen de plaatsing en het leveren van het ijzeren geraamte. Totaal voor de acht glasramen, de som van 37.600 Bfr. In deze prijs is ook begrepen het kuisen van de glasramen in het hoogzaal en de restauratie van de gebroken stukken van de twee koorglasramen. De glasramen zullen vervaardigd zijn in antiek glas, met renaissance versiering.

Bron: Onze-Lieve-Vrouwkerk Jezus-Eik –  Materieel en geestelijk erfgoed  2011 Freddy Goossens

2017 - Dorpsraad Jezus-Eik