1795


1795 – Jezus-Eik, een autonome parochie, een onafhankelijke gemeente

Tijdens de Franse overheersing kreeg het dorp Jezus-Eik met een eigen kerkelijke entiteit ook een gemeentelijke entiteit. Gedurende 15 jaar (22 november 1795 tot 15 november 1810) was het dorp een autonome gemeente.

Zo had Jezus-Eik voor die periode haar eigen bevolkingsregisters.

De toenmalige gemeene Jezus-Eik wordt helemaal omsloten door het Zoniënwoud. Jezus-Eik was een uiterst kleine gemeente met een oppervlakte van 2ha 37a en 86ca.

Het telde in die tijd een kerk en een dertigtal woonhuizen. De woningen werden naargelang hun grootte en kwaliteit toen ingedeeld in 8 klassen.

De hoogste klasse bevatte slechts 6 huizen. Alleen deze 6 huizen waren gebouwd in baksteen en bedekt met een leien dak. Het waren alle handelshuizen. In de vier lagere lassen bevonden zich de 24 resterende woningen. Dit waren min of meer grote, lemen huizen bedekt met stro.

De woningen behorende tot de laagste klasse waren in zeer slechte staat en leken meer op hutten dan op huizen.

Jezus-Eik telde vele kleine tuintjes waarin de bewoners alleen groenten kweekten. De opbrengst van deze tuintjes was onvoldoende om de hele bevolking te voeden. Wel hadden enkele Jezus-Eikenaren bouwland in de naburige gemeente Overijse maar zelfs de opbrengst hiervan samen met deze van de tuintjes in Jezus-Eik volstonden niet om in de eigen behoeften te voorzien.

De ontbrekende eetwaren werden gekocht op de markt in Brussel.

Als gevolg van de kleine landbouwoppervlakte was het aantal actieven in de landbouw uiterst gering. Het merendeel van de bevolking was, wanneer er werk was in het Zoniënwoud, tewerkgesteld als boswerker. Al deze mensen leefden in grote armoede. Enkele Jezus-Eikenaren bewoonden de beste, m.a.w. stenen huizen. Zij alleen profiteerden van de handelsmogelijkheden die Jezus-Eik als bedevaartsplaats (herbergen) en als houthakkersdorp (houthandel) bood. De herbergen deden zaken en de houthandel bloeide. Tijdens deze periode werden sommige Jezus-Eikenaren ook eigenaar van het goed dat zij uitbaatten.

2017 - Dorpsraad Jezus-Eik