Devote kinderportretten


Buiten de (meestal wassen) ex-voto’s (afbeeldingen van mensen of menselijke ledematen), die ook in het Maria oord Jezus-Eik overvloedig aanwezig waren, is één van de meest merkwaardige vormen waarin de idee van opdracht en dank aan de beschermheilige veruitwendigd wordt zeker het zgn. votiefschilderij (een portret van een mens geofferd in een kerk of kapel). Deze afbeeldingen of effigies mogen, eens opgehangen, niet meer weggenomen worden van de omgeving waar ze geschonken werden. Ze zijn er één geheel mee geworden en ontlenen juist aan die eenheid van plaats hun veronderstelde kracht.

Votief SchilderijDoch laten wij ons in dit geval tot de kinderportretten beperken. Het zijn er 13 in getale op een totaal van 20 opgehangen in de kapel van 0.L.V.-in-de-Jezus-Eik en aldaar als motiefschilderij regelmatig door de ouders of naaste familieleden geofferd van bij het begin van de Maria-cultus ter plaatse. De motivering kon, zoals bij elk offer, van zeer uiteenlopende aard zijn: dank voor een bekomen genezing of weldaad, vrijwaring tegen ziekte en ongevallen ofwel de nagedachtenis van een kind in ere houden. Dat deze doeken van zeer uiteenlopende artistieke kwaliteit zijn doet er niet toe: naar gelang van de omstandigheden en de staat van de beurs deden de ouders immers een beroep op een plaatselijk kunstenaar of op een meer gerenommeerd vakman, maar deze portretten blijven in elk geval van uit kunsthistorische standpunt uiterst kostbaar studiemateriaal.

Treffend is vooreerst de innige verstrengeling tussen profane en religieuze elementen op de doeken en vervolgens de wijze zelf van uitbeelding der kinderen. Het zijn geen portretten in de letterlijke betekenis van het woord, d.w.z. niet de weergave der gelaatstrekken geldt als hoofdeigenschap, doch het totaalbeeld van HET kind, dat bovendien geplaatst is in zijn burgerlijk milieu. Vandaar dat, deze schilderijen van uitzonderlijk belang zijn voor de kennis van de leefwereld van het kind, zijn kledij, zijn speelgoed, huiselijke omgeving enz. Opvallend is het dat de kinderen vrij statisch worden afgebeeld als kleine volwassen mensen die veel ouder lijken te zijn dan hun werkelijke leeftijd. Dit wordt mede in de hand gewerkt door het feit dat de kinderen voor het poseren uitgedost werden in hun beste kledij, die qua snit en opsmuk weinig verandering vertoonde met die van de ouderen. Typerend voor de kinderkledij uit de XVIlle eeuw is het spannend lijfje met de brede gefronste rok. De kleren blijken meestal vervaardigd uit effen, zijdeachtige stof. Bemerk nog het zgn. valhoedje. Dat hoedje, in de vorm van een haarband met beugel, diende om het hoofd te beschermen bij het leren lopen. Het was vervaardigd uit soms rijk bestikte stof, binnenin gewatteerd. De tooi van het kind met haarspelden, hangers, armbanden, koralen enz. hing uiteraard af van de rang en stand van de ouders, evenals de voorstelling van het kinderspeelgoed: zilveren belletjes, rammelaar. Huisdieren worden vaak afgebeeld en ook de flora kon soms rijk vertegenwoordigd zijn. Al deze attributen hadden niet enkel een decoratief karakter maar ook een betekenis; de hond voorbeeld van trouw, rozen zijn het embleem van eerlijkheid en viooltjes van nederigheid, twee deugden die in verband staan met de Mariaverering.

Bovendien valt te noteren dat blauw, de sympathiekleur van 0.-L.-Vrouw, op vele doeken dominant is. De achtergrond van de schilderen wordt meestal gevormd door klassieke, “wereldlijke” versieringselementen zoals een zuilengalerij, behang, interieur, landschap enz. Dikwijls is het dan ook enkel de hartsymboliek of de aanwezigheid van een afbeelding van 0.-L.-Vrouw die deze doeken uit de louter profane sfeer tilt. Het vlammend hart is vooral in de schilderen van het begin van de XVIlle eeuw inherent aan het votiefprent. Het hart, volgens het geloof de zetel van het leven, wordt aan Maria aangeboden. De kinderen kijken daarbij de Moeder Gods niet aan maar wel de toeschouwer tegenover wie zij getuigenis willen afleggen van hun rituele daad. Het wegschenken van hun hart concretiseert inderdaad het letterlijke en figuurlijke offergebaar van hun leven.

SCHIL03Het kind wijst in enkele gevallen schijnbaar onbestemd voor zich uit. Het wijst dan in feite naar het devotiebeeld zelf in wiens nabijheid het schilderij werd opgehangen. Veelal echter wordt de heilige onder wiens toewijding men zich wil stellen op de doeken weergegeven, zij het volledig op de achtergrond. Maria verschijnt dan ergens zeer klein in een bovenhoek, meestal omgeven met een nimbus of wolken als iets veraf en ongenaakbaars.
Kijk dus nu eens aandachtig naar de opgehangen schilderijen in de muurbeschotten van de kerk van Jezus-Eik en leer ze voortaan waarderen in hun naïeve doch zo sprekende context. Wij komen beslist later nog eens op andere bepaalde aspecten hiervan terug.

 

(bron: ‘Van bedevaartsoord tot villadorp’ 1984 Aut: Guy Vande Putte Beierij van IJse)

2016 - Dorpsraad Jezus-Eik