De verbondenheid van Jezus-Eik met het bos


Om in Jezus-Eik te komen moest men in vroegere tijden steeds door het Zoniënwoud. Kwam men van uit Overijse, Hoeilaart, Bosvoorde, Oudergem, of Tervuren, steeds stapte men zo van uit het bos in het gastvrije jezekeseik. Heden kan dit nog alleen wanneer men van uit Tervuren komt.

Daarom oefent Jezus-Eik nog steeds zo’n aantrekkingskracht uit op de Tervurenaars en omgekeerd. Uit beide leefgemeenschappen stamden generaties houthakkers welke om hun noeste werkkracht en stielkennis van heinde en ver gekend waren.

BOS2

Naast hun werkkracht en stielkennis waren het ook stoere drinkers, zij wisten als niet één waar men goede gueuze-lambik schonk.

Wie wat met het bos vertrouwd was, kende hen, forse kerels als: de Koffer, Rik van de Koffer, den Duim, Reinolle, Noele va Pik, Coske, den Ballekes, ‘nis va Roeme en zonen, Cola, Konijntje, Bère en Jan; Fille Rit, Mies, de Rosse en Bère Kapsul; 7ist, LovAe (de Griddel) en Martin va Luppens; Miel Luppens; Jean, Viktor, Modest, Fille en Staaf va Vader e.a. Hun voornaamste alaam welke ze ter plaatse in het bos gebruikten, bestond uit: de aks met de lange dille of boombijl ook rooibijl genoemd, de herzogenwaldbijl, takkenbijl, de kliefhamer of merlin, het kapmes, het vilmes, de voorhamer met stalen en houten spieën, de kortzaag of boomzaag, de boogzaag, de snoeizaag en de vork.

Thuis bezaten ze een slijpsteen op water, een huishoudzaag, verschillende soorten vijlen, zettangen, trekmes e.a. schaven welke dienden om het alaam steeds in perfecte staat te houden.

Wij kregen een halve frank tot een frank om op zondagmorgen de slijpsteen te draaien. Het was geen job hoor, maar het moest.

Bos1

Naast de houthakkers had je nog de koppers. Koppers of sleuners zijn sterke lenige mannen, zij klimmen met behulp van sporen hoog in de kruin van de boom en hangen soms 20 tot 25 m hoog aan een dik touw welke met gespen aan een zware lendenriem bevestigd is. Tak na tak hakken ze af totdat er alleen de stam overblijft. Op sleuners wordt er een beroep gedaan om grote snoeiwerken uit te voeren en om bomen welke bij het vallen in hun geheel schade aan b.v. elektriciteitsdraden, huizen of wegen zouden aanrichten te vellen. Door ze eerst te koppen kan men de stam zonder kroon bij middel van een kabel en lier in die richting trekken zonder schade aan te richten. We herinneren ons nog de namen van: Pardoef, Guske de kopper, Zander, Jef Tut, Ainke de kopper e.a.

(bron: ‘Van bedevaartsoord tot villadorp’ 1984 aut: J Van Diest)

2016 - Dorpsraad Jezus-Eik